Doelgroep-denken en wat we van Sherlock Holmes kunnen leren

Oud genoeg om ‘The Flying Doctors’ nog te kennen – en het lief en leed van de inwoners van de Australische outback Coopers Crossing? Of ‘Dr. Quinn, Medicine Woman’ en haar patiënten van Colorado Spring? 

En jong genoeg om ook te kunnen genieten van het diagnostisch talent Dr. Gregory House – de geniale maar onhebbelijke man in de televisieserie ‘House’. Of Shaun Murphy, de eveneens briljante jonge chirurg met autisme en het savant-syndroom in ‘The Good Doctor’ – waar patiënten en hun klachten niet langer centraal staan in het verhaal maar het decor vormen voor de gevolgtrekkingen van de slimme specialisten. Of misschien ben je fan van ‘Contagion’ (2011), een kat-en-muis thriller tussen virologen en een dodelijk virus. 

Wat fictie ons vertelt

In films en verhalen weerklinkt hoe ons denken over ziektes, risico’s en doelgroepen door de tijd verandert. En zo kan zelfs een ode aan detectives meer bieden dan een inkijkje in de ontwikkeling van dit type verhalen…ik las Amor Towles’ New York Times Book Review essay ‘All Hail the Long-suffering Cadaver… En vond er meer in dan enkel een historische reconstructie. 

Mocht de link het niet doen – hieronder heel kort (!) een schets van de drie ‘ontwikkelingsfases’ van de ‘whodunit’ volgens de Amerikaanse schrijver Amor Towles: 

Agatha Christie en de centrale positie van het slachtoffer

Sinds het moordverhaal populair werd – en zeker in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, de tijd van Agatha Christie – stond het lijk in het middelpunt van de belangstelling. Het slachtoffer had een centrale positie in het verhaal vanaf het moment van ontdekking tot ontknoping. Wat voor persoon was het slachtoffer in het leven? Wat waren zijn geheimen? Om te begrijpen wie de dader kon zijn, moest men eerst meer weten over het slachtoffer. 

Het slachtoffer als aanwijzing 

In latere detectives kwam de persoon van de detective centraal te staan, meestal het recht-toe-recht-aan soort mannen, in armoedige kantoren – slecht betaalde detectives in feite, die niet ingehuurd werden om moorden op te lossen (dat was strikt genomen een zaak van de politie) maar die ingehuurd werden door particulieren om hun zaakjes uit te zoeken en desnoods af te handelen. Een ‘niet glamoureuze man in een niet glamoureuze business’ aldus Amor Towles.

Het lijk stond niet langer in het middelpunt van het verhaal, hij is een minder belangrijk personage, een hotelbediende, een kruimeldief of een-of-ander randfiguur. Het lijk is een teken, een symptoom in feite, voor de detective (en dus ook voor de lezer) – dat wat een eenvoudige, ongelukkige omstandigheid leek, in feite deel uitmaakte van een groter geheel, en aan de detective de taak deze verbanden te zien. De dood van de passant is een aanwijzing maar zijn dood staat niet centraal in het verhaal. 

Het slachtoffer als rekwisiet in een kat-en-muis-spel 

In de laatste decennia van de 20e eeuw gaat het moordmysterie een nieuw tijdperk in, aldus de schrijver. Het sub-genre dat de nieuwe modaliteit het beste uitdrukt is dat van de jacht op de seriemoordenaar. Het is een race tegen de klok. Hoe langer het duurt voordat de detective de moordenaar identificeert, hoe meer onschuldige mensen zullen worden gedood… 

In het narratief van de seriemoordenaar doet de identiteit van het slachtoffer er nauwelijks meer toe. Ooit was inzicht in leven van het slachtoffer van cruciaal belang. Nu worden de fysieke kenmerken van de verschillendeslachtoffers bestudeerd, in combinatie met de kenmerken van de misdaad en het soort wreedheid waar de slachtoffers aan blootgesteld zijn – op zoek naar een patroon dat de rechercheur meer inzicht geeft in de achtergrond en psychologie van de moordenaar. Het lijk is gereduceerd tot rekwisiet in het optreden van de moordenaar.

“The sad truth is that in the serial killer narrative, the identity of the victim barely matters. Where once understanding the victim’s background and psychology was paramount, now the physical attributes of the various victims are studied along with the settings of the crimes and the specifics of the brutality in search of a pattern that will give the detective insight into the background and psychology of the killer.

The cadaver, having played such a central part in the mysteries of the golden age, having then been relegated to an incidental role in the hard-boiled era, must bear the ultimate indignity in the serial killer stories of becoming a prop.”

Doelgroep-denken 

Zijn patiënten verworden tot slechts rekwisieten in het universele optreden van stoornissen? Data, die bijdragen aan voorspellingen? En de kwetsbare doelgroepen in de IZA-akkoorden? Hoe centraal staan zij in het verhaal? Zicht op het ‘soort’ denken waarmee we ons bedienen – de ontwikkeling en de tekortkomingen ervan – vereist bijna een tijdmachine. Maar die heb ik niet. 

Fictie biedt een aardig alternatief. 

Verder lezen? 

Amor Towles, All Hail the Long-Suffering Cadaver. The New York Times Book Review. Aug. 10, 2023. 

Of volg mij op deze LinkedIn-pagina of op deze website: www.hildetjeerdema.nl